Regelgeving & FAQ

Wat is asbest?

Asbest is een verzamelnaam voor natuurlijke kristallijne silicamineralen die bestaan uit microscopisch kleine, naaldachtige vezels. De term is afgeleid van het Griekse ‘asbestos’ en betekent ‘onbrandbaar onvergankelijk’. De fijne vezels worden ingedeeld in twee groepen volgens hun kristallijne structuur:

  • Amfibolen zijn zeer stevige staafvormige silicaatvezels met een zeer lage oplosbaarheid in het longweefsel. Deze groep bevat de gevaarlijkste asbestsoorten, zoals amosiet of bruine asbest en crocidoliet of blauwe asbest. Ook anthophylliet, tremoliet en actinoliet behoren tot deze groep, maar komen minder vaak voor.
  • Serpentijnen bestaan uit silicaatvezels in de vorm van een naar binnen toe opgerold blad. Ze blijven iets minder lang in het longweefsel aanwezig dan de andere soorten asbest, maar dat maakt ze niet minder gevaarlijk. Deze groep bevat onder andere chrysotiel, ook wel witte asbest genoemd.

Deze zeer fijne vezels (< 1 μm) bestaan eigenlijk uit een geheel van honderden nog fijnere bundeltjes (tot 0,02 μm), die zich zeer gemakkelijk kunnen opsplitsen in extreem fijne fibrillen.

De grondstof komt vooral voor in de bodem van zuidelijk Afrika, Brazilië, Canada, China en Oost-Europese landen. In België komt het van nature niet voor.

Waar kan asbest in mijn gebouw voorkomen?

Strijkplanken, golfplaten, remblokjes, vloerbe­dekking, laboratorium­materiaal, pijpen, vloei­stoffilters, gasmaskers, isolatiemateriaal …: het zijn maar enkele voor­beelden van de dui­zenden producten waarin tot eind vorige eeuw asbest werd verwerkt. Dat asbest zo populair werd, is helemaal niet vreemd. Het is niet zeldzaam, laat zich vrij makkelijk opdelven en is goedkoop. De vezel bezit ook een reeks wonderlijke deugden: hij is hittebestendig, onbrandbaar, slijtvast, ther­misch en akoestisch isolerend en gemak­kelijk te bewerken.

Asbest kende dan ook bijzonder veel toepassingsvormen. Het werd gebruikt in meer dan 3.500 materialen en kan overal aanwezig zijn in gebouwen ouder dan 2001.

Hoe weet ik of materiaal asbesthoudend is?

Asbest heeft bijzonder veel toepassingsvormen. Het werd gebruikt in meer dan 3.500 materialen en kan overal aanwezig zijn in gebouwen. Experts treffen zelfs regelmatig nog nieuwe varianten van asbesthoudende (bouw)materialen aan. Gezien de grote diversiteit aan toepassingen kan er vaak enkel via een staalanalyse bepaald worden of een materiaal al dan niet asbesthoudend is.

Asbest werd voornamelijk gebruikt van 1945 tot en met 2001 met een piek tussen 1955 en 1985. Het productiejaar van een toepassing kan u alvast een eerste aanwijzing geven. Ook de plannen, facturen, technische fiches en andere gegevens van de fabrikant kunnen nuttig zijn.

De meeste materialen in asbestcement hebben een kenmerkende gewafelde textuur, ook wel “honingraat” genoemd. Meestal zijn ze ook gelaagd.

Midden jaren ’80 startten de voormalige producenten ook met de productie van niet-asbesthoudende vezelcementtoepassingen. Deze kunnen herkend worden aan de vermelding ‘N’ of, vaker, ‘NT’ voor New Technology. Golfplaten zonder asbest herkent u ook aan de afgesneden hoek. Bovendien is er aan golfplaten in vezelcement (zonder asbest) een verstevigingsbandje aangebracht dat ze onderscheidt van de oude, asbesthoudende golfplaten.

Om volledig zeker te zijn of er asbest zit in uw materiaal is om een staal te laten nemen en deze door een erkend laboratorium te laten analyseren. De kosten hiervan zijn beperkt en kan veel kopzorgen besparen. Asbitech bvba kan u ook hierin volledig ontzorgen, door ons team van deskundigen in te schakelen.

Verschil tussen hechtgebonden, semi-hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest

Het gevaar van asbest hangt niet alleen af van het soort vezels maar vooral van de mate waarin deze vezels gebonden zijn met andere materialen en van de staat van dit bindingsmateriaal. Asbest betekent niet automatisch gevaar: het is helemaal niet gevaarlijk om naar asbest te kijken of het aan te raken als het in goede staat is. Er ontstaat alleen een risico als de materialen uiteenvallen in fijne vezels die zich verspreiden in de lucht. Op dat ogenblik kunnen ze door inademing de longen bereiken. We onderscheiden drie categorieën van asbesthoudende materialen:

  • Hechtgebonden asbest: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm. Uit deze materialen komen weinig of geen vezels vrij als ze in goede staat zijn, tenzij men er onzorgvuldig mee omspringt (breken, slijpen, boren …).
  • Semi-hechtgebonden asbest: in oorsprong hechtgebonden asbest waarvan door veroudering, verwering of beschadiging het bindmiddel in slechte staat is en de asbestvezels dus minder bindt. De materialen zijn bros, fragiel en breekbaar geworden waardoor makkelijker asbestvezels vrijkomen. Een typisch voorbeeld vormen asbestcementleien en golfplaten op daken.
  • Niet hechtgebonden asbest: alle andere asbesthoudende materialen. Deze asbesthoudende producten zijn de gevaarlijkste, want ze bevatten veel asbestvezels die bovendien makkelijk kunnen vrijkomen, zelfs passief door louter trillingen of luchtstromen.
Heb je bijkomende vragen of wens je een vrijblijvende offerte?